In alle eerlijkheid moet ik bekennen dat ik aarzelde. Niet het soort lichte twijfel dat je wegwuift met een schouderophalen, maar echte scepsis. Het type scepsis dat ontstaat wanneer je te veel slechte recensies leest en jezelf wijsmaakt dat collectieve teleurstelling zelden volledig ongelijk heeft. Daar kwam de ligging nog bij. Druk. Onhandig. Parkeren als een bijzaak die niemand serieus heeft genomen. Veel mensen op weinig ruimte. Nederland zou vol zijn, zeggen ze dan. Onzin. Nederland is niet vol. Nederland is lui. Iedereen wil tegelijk op dezelfde plek zijn, wonen, eten, gezien worden. En precies daar, in dat spanningsveld, bevindt zich Ness.

Toch ging ik. Omdat je soms tegen je eigen aannames in moet bewegen om niet langzaam een karikatuur van jezelf te worden.

En laat ik meteen helder zijn: ik ben het fundamenteel oneens met de negatieve recensies. Niet een beetje. Niet genuanceerd. Gewoon oneens. Alsof we niet in hetzelfde restaurant zijn geweest, niet hetzelfde bord hebben gezien, niet dezelfde avond hebben beleefd.

Ja, Ness is duurder dan Plaza Primo. Dat is correct. Maar dat is ook ongeveer waar de vergelijking ophoudt. Kwaliteit heeft nu eenmaal weinig op met korting en nog minder met gemak. Voor twee personen, voor, hoofd en nagerecht, inclusief drank, bleven we onder de 130 euro. Minder dan 65 euro per persoon. Prijzig, zeker. Maar overdreven duur? Absoluut niet. Sterker nog: gezien wat er wordt geserveerd, is het verdedigbaar tot redelijk.

De sushirollen zijn groot. Niet opzichtig groot, maar geruststellend groot. Vers, strak gerold, met een textuur die verraadt dat hier niet gedacht wordt in volumes maar in aandacht. Dit is geen Albert Heijn-sushi, dat spreekt voor zich, maar ook geen Sumo. En laten we daar eerlijk over zijn: Sumo is inmiddels ver onder de maat gezakt. Ness zit daar ruim boven. Niet op wereldniveau, maar wel comfortabel boven de Amsterdamse middelmaat waar zovelen zich in wentelen.

De ambiance is aangenaam. Dat woord wordt te vaak gebruikt, maar hier klopt het. Op een zaterdagavond is het levendig zonder hysterisch te worden. Muziek die aanwezig is maar niet agressief. Voor middernacht, althans. Een plek waar je kunt praten zonder te schreeuwen en eten zonder het gevoel te hebben dat je onderdeel bent van een productieproces.

Het publiek dan. Ja. Veel make-up. Weinig intellect. Maar laten we niet doen alsof dit een literair café is waar men komt om Kant te citeren of de staat van de wereld te ontleden. Je komt hier om te eten. Om gezien te worden misschien. Om te genieten. En daarin slaagt Ness uitstekend.

Wat mij misschien nog het meest overtuigde, was het personeel. Vriendelijk, attent, niet ingestudeerd. En dan de eigenaar, die langs tafels loopt, mensen bedankt voor hun komst, vragen beantwoordt, openstaat voor kritiek zonder defensief te worden. Dat zie je zelden. Dat voel je. Dat telt.

Ik zie hier geen overschat restaurant. Ik zie een plek waar met zorg wordt gekookt, waar mensen werken die weten waarom ze daar staan, en waar je betaalt voor kwaliteit in plaats van voor een naam. En ja, dat kost geld. Zo hoort het ook.

Dit is geen plek voor iedereen. Gelukkig maar. Maar voor wie komt om goed te eten, prettig te zitten en niet bang is om daarvoor te betalen, is Ness precies wat het pretendeert te zijn.

En daar moet je het mee doen.