In mijn boekenkast staan auteurs gebroederlijk naast elkaar. Simon de Waal knuffelt met Marian Husken. Paul Vugts duwt zijn voorkaft tegen de achterkaft van Inez Weski, die op haar beurt Gerard Spong probeert weg te drukken met haar buste. Griet op de Beeck ligt verspreid door de kast, op meerdere plekken tegelijk, alsof ze zelf ook niet precies weet waar ze thuishoort. Haar Vlaamse landgenoten Herman Brusselmans en Dimitri Verhulst staan ordelijk en gezellig bij elkaar, meerdere boeken breed, als mannen die weten dat ze niet meer weg hoeven.
Ook mindere schrijvers hebben een plek gekregen. Ozcan Akyol en Lale Gul staan erin, maar ver uit elkaar. Uit voorzorg. Je weet maar nooit wat voor ideeën overslaan. Adriaan van Dis, Tommy Wieringa, Jan Cremer en mijn all time favoriet Arnon Grunberg hebben ieder een eigen plank. Soeverein. Onaantastbaar. Brusselmans trouwens ook. Verhulst staat er niets naast maar erachter. Twee rijen diep is mijn boekenkast, anders past het niet. En iedereen is welkom. Nou ja. Bijna iedereen.
Er is er één die ik er niet in krijg. Niet kan. Niet wil. De man met de grote permanente snor die zijn bovenlip volledig laat verdwijnen. Hossein Sadjadi Qaemmaqami Farahani. Omdat dat te lang en te moeilijk was, is hij maar Kader Abdolah gaan heten.
Ik zal eerlijk zijn. Mijn oordeel is vooringenomen. Dat weet ik. Dat besef ik. Dat is niet fraai. Maar het is er. Als ik hem hoor praten, vroeger bij De Wereld Draait Door, voordat het programma implodeerde rond Matthijs van Nieuwkerk, krijg ik een vreemd soort kippenvel. Die grote grijze snor. Dat zwart geverfde haar met die verraderlijke bakkebaarden. Het voelt als decor. Als rol. Als iets wat niet klopt.

Ik vind Ozcan Akyol een nietsnut. Oprecht. Slechte goedkope boeken. Toch was hij ooit scherp. Pijnlijk scherp zelfs. Over Kader Abdolah. En hoe ironisch ook, de Turk met een Tukker accent verweet Abdolah dat hij zonder accent niet zou verkopen. Dat hij zonder dat zorgvuldig gecultiveerde anderszijn niet zou bestaan.
Ik dwaal af. Dat doe ik vaker.
Akyol staat er dus in. Twee keer zelfs. Turis en Eus. Lale Gul ook. Gesigneerd nog wel. Maar Kader. Die geen Kader heet. De Ali B van de literatuur. De knuffel allochtoon. De veilige exotiek voor het gemoedelijke boekenprogramma.
Nee.
Daar kan ik nog niet overheen stappen.