Wanneer een restaurantrecensie meer op een Grimm sprookje begint te lijken

Soms lees je een restaurantrecensie waarbij je na afloop nog steeds niet precies weet of het eten eigenlijk goed was. Dat is op zichzelf al een opmerkelijke prestatie. Niet de goede soort prestatie, maar toch een prestatie.

De recente recensie van Paloma Blanca in Het Parool is zo’n stuk. Een tekst die pretendeert een restaurant te beoordelen, maar onderweg vooral afdwaalt in irrelevante observaties, culturele aannames en een paar opvallende generalisaties over een complete gemeenschap.

Laat ik beginnen bij de basis. Wanneer ik een restaurantrecensie lees, wil ik eigenlijk maar twee dingen weten: hoe is de sfeer en hoe smaakt het eten. Niet of er ergens een twintiger op zijn telefoon zit te kijken, of dat twee vrouwen van rond de zeventig een gesprek voeren over break upseks. Dat kan allemaal best gebeurd zijn, maar het draagt precies niets bij aan de vraag die een lezer heeft: moet ik hier gaan eten of niet?

Het voelt een beetje alsof je een museumrecensie leest waarin vooral wordt beschreven dat iemand in de hoek een boterham eet en een suppoost er wat vermoeid uitziet.

Maar het wordt problematischer wanneer de recensie zich op cultureel terrein begeeft. Volgens de schrijfster zijn er weinig Marokkaanse restaurants in Amsterdam omdat Marokko “van oudsher geen echte restaurantcultuur heeft” en omdat Marokkaans Nederlandse vrouwen niet mogen of willen werken in restaurants waar alcohol wordt geschonken.

Dat is een opmerkelijke redenering.

Om te beginnen het idee dat er weinig Marokkaanse restaurants in Amsterdam zouden zijn. Dat is simpelweg feitelijk onjuist. Misschien liggen ze niet allemaal in de buurten waar een Parool recensent regelmatig dineert, maar wie de stad een beetje kent weet dat de Marokkaanse keuken juist breed vertegenwoordigd is.

Een kleine greep uit het aanbod laat dat al zien: Restaurant Mozo, Marhaba Amsterdam West, Marhaba Amsterdam Oost, Chef Chaouan, Biladi Samir, Bahya, Biladi Borgerstraat, Ons Dorpje, Royal Med, Marrakech, Maroush, Hello Couscous en Deli Maroc. En dat zijn er nog maar een paar.

Het idee dat de stad nauwelijks Marokkaanse restaurants kent zegt dus vooral iets over het perspectief van de schrijver, niet over de werkelijkheid van de stad.

Nog ongemakkelijker wordt het bij de opmerking dat Marokkaans Nederlandse vrouwen niet zouden mogen of willen werken in restaurants waar alcohol wordt geschonken. Natuurlijk spelen religieuze overtuigingen soms een rol in beroepskeuzes. Dat geldt voor veel moslims, zowel mannen als vrouwen. Maar de manier waarop hier een complete groep vrouwen wordt weggezet is op zijn minst slordig en op zijn slechtst stigmatiserend.

In Nederland wonen ruim vierhonderdduizend mensen met een Marokkaanse achtergrond. Ongeveer de helft daarvan is vrouw. Dat zijn dus meer dan tweehonderdduizend vrouwen. Vrouwen die werken in ziekenhuizen, op scholen, bij advocatenkantoren, bij gemeenten, bij bedrijven, bij universiteiten en ja, ook in de horeca.

Die hele groep reduceren tot vrouwen die “niet mogen of willen werken” is niet alleen feitelijk zwak. Het is ook pijnlijk.

Bovendien klopt de redenering inhoudelijk niet eens. In Amsterdam bestaan verschillende restaurants met Marokkaanse eigenaren waar gewoon alcohol wordt geschonken en waar ook Marokkaans personeel werkt. Soms omdat dat commercieel verstandig is, soms omdat vergunningen en het horecamodel dat vragen. Het idee dat Marokkaanse ondernemers en medewerkers per definitie niet met alcohol zouden willen werken houdt in de praktijk simpelweg geen stand.

Wat de recensie uiteindelijk zo vreemd maakt, is dat Paloma Blanca zelf nauwelijks centraal staat. We lezen dat de tajine goed is, dat de couscous tegenvalt en dat de pastilla geslaagd is. Maar die observaties verdwijnen bijna in een zee van bijzaken.

Een jongen die op zijn telefoon kijkt.
Twee vrouwen die een gesprek voeren dat niets met het restaurant te maken heeft.
Een gastheer die volgens de schrijver een wat afwezige indruk maakt.

Zelfs dat laatste roept vragen op. Iemand kan rustig of terughoudend zijn en tegelijkertijd vriendelijk, professioneel en attent. Het blijft onduidelijk wat hier precies bedoeld wordt en waarom het relevant zou zijn voor de beoordeling van een restaurant.

En dat is uiteindelijk het grootste probleem van deze recensie. Ze vertelt veel over alles rondom het restaurant, maar verrassend weinig over het restaurant zelf. Over smaken, balans, bereiding, gastvrijheid en culinaire context lezen we slechts fragmenten. Terwijl dat juist de elementen zijn waar een lezer iets aan heeft.

Misschien is dat ook waar de achternaam van de recensent onbedoeld een beetje eer aan doet. Want ergens leest deze recensie minder als een culinaire beoordeling en meer als een sprookjesachtig verhaal vol bijfiguren, toevallige observaties en een paar vrij fantasierijke aannames over een hele gemeenschap.

Het ironische is dat het stuk daardoor precies het tegenovergestelde effect bereikt van wat waarschijnlijk bedoeld was.

Na het lezen van de recensie krijg je namelijk vooral zin om er zelf te gaan eten. Niet omdat de recensie zo overtuigend was, maar omdat je bijna hoopt dat de schrijver ongelijk heeft.

Misschien is dat wel de grootste paradox van deze recensie. Het is een stuk dat een restaurant probeert te beoordelen, maar uiteindelijk vooral laat zien dat sommige verhalen beter aan de gebroeders Grimm overgelaten kunnen worden dan aan de restaurantpagina van een krant.