Goedkoper, slechter, zielloos: wat Uber met Amsterdam heeft gedaan

Ik rijd richting het centrum van Amsterdam, mijn stad, en elke keer opnieuw overvalt me hetzelfde gevoel: er is geen plek op aarde die ademt zoals Amsterdam ademt. Het is een stad die je niet alleen ziet, maar ruikt, voelt en bijna proeft. De weeïge geur van wiet die zich mengt met uitlaatgassen, de duiven op de Dam die zich gedragen alsof zij de rechtmatige eigenaren zijn van het plein, en de eindeloze stroom toeristen die zich door de straten beweegt, opgehitst door perfect gemonteerde, door AI gevoede TikTok-filmpjes die een romantisch beeld verkopen dat in werkelijkheid allang is uitgehold.

En toch zit het ongemak niet daar. Niet in de toeristen, niet in de drukte, en zelfs niet in de vercommercialisering van de stad die langzaam maar zeker elk rafelrandje glad lijkt te strijken. Wat me tegenstaat, wat me al een tijd dwarszit, openbaart zich op een veel alledaagser niveau. Het zit hem in de taxi’s. Of beter gezegd: in wat er van de taxi’s is overgebleven.

WhatsApp Image 2026 03 23 at 11.42.08

Waar je vroeger een rij zag van glanzende, zwarte Mercedessen, trots opgesteld alsof ze onderdeel waren van een onuitgesproken ceremonie, zie je nu een stoet van vermoeide voertuigen die je nog niet eens met overtuiging bij de sloop zou aanbieden. Blauwe kentekens, doffe lak, interieurs die hun beste tijd ver achter zich hebben gelaten. Auto’s die niet zozeer rijden, maar zich voortbewegen, net genoeg om door te mogen, zonder enige vorm van trots, zonder uitstraling, zonder ziel.

Vroegâh, en ja dat woord verdient hier zijn plek, had je TCA. Taxi Centrale Amsterdam was geen simpel vervoersmiddel, het was een instituut. Een kleine ceremonie op wielen. Je stapte in bij een chauffeur die zijn vak verstond, iemand met een Amsterdamse tongval die niet aangeleerd was maar geleefd, iemand die zijn auto kende, verzorgde en bijna liefhad. Dat waren mannen die wisten wanneer ze moesten praten en wanneer ze je met rust moesten laten, en als ze praatten, dan kreeg je verhalen. Echte verhalen. Geen ingestudeerde klantvriendelijkheid, maar rauwe echtheid.

Het kostte te veel geld, dat is waar, maar het voelde nooit als te veel, omdat je niet betaalde voor de rit alleen. Je betaalde voor de ervaring, voor het gevoel dat je even onderdeel was van de stad zoals die bedoeld was.

Nu stap je in bij iemand die liever ergens anders zou zijn. Oortjes in, blik op oneindig, een kort knikje dat moet doorgaan voor klantvriendelijkheid. Je wordt van A naar B gebracht zonder dat er iets gebeurt, zonder gesprek, zonder contact, zonder enige vorm van betrokkenheid. En ja, het is goedkoper, maar de vraag is wat je daar eigenlijk voor terugkrijgt. Een rit zonder ziel, zonder trots, zonder identiteit. Een functionele verplaatsing in een auto die net zo moe oogt als de bestuurder zelf.

Dan nog liever de metro. Echt. Dan kies ik liever voor een muffe, licht onveilige wagon waar niemand je aankijkt, dan dat ik achterin zit bij iemand die zijn werk beschouwt als een noodzakelijk kwaad en mij als een onderbreking van zijn dag. Want dat is wat het geworden is: een bijbaan, een tussenoplossing, iets wat je doet na je echte werk, omdat het leven in Amsterdam nu eenmaal duur is.

En daar wringt het. Het probleem is niet alleen Uber of Bolt, het probleem is wat ze hebben weggenomen. Niet de prijs, niet de snelheid, maar de beleving. Zoals mijn vriend Peter Gillis ooit zei, en zelden had hij zo gelijk: het gaat om de sfeer en de beleving. En precies dat is verdwenen.

Dus als je in Amsterdam een taxi nodig hebt, doe jezelf een plezier. Loop naar een standplaats, kijk een chauffeur in zijn ogen en stap in bij iemand die dit werk niet “erbij doet”, maar er iets van heeft gemaakt. Bel een centrale, wacht desnoods iets langer. Het maakt niet uit wat je doet, zolang je maar kiest voor echt, en niet voor efficiënt nep.

En laat één ding duidelijk zijn: dit is geen pleidooi tegen Uber wereldwijd. Sterker nog, er zijn plekken op de wereld waar Uber geen luxe is, maar een noodzaak. Ik denk aan Bogotá, een stad waar ik ooit was en waar de realiteit fundamenteel anders ligt. Waar veiligheid geen vanzelfsprekendheid is en waar het feit dat iemand je rit kan volgen via een app het verschil kan maken tussen thuiskomen en verdwijnen in de anonimiteit van een onbekende straat. Daar kies je voor controle, voor registratie, voor veiligheid.

Maar Amsterdam is Bogotá niet.

Amsterdam was ooit een stad waar je een taxi instapte en zonder nadenken wist: dit komt goed.

Misschien is dat wel wat ik het meest mis. Niet de auto, niet de prijs, maar het vertrouwen.