Het hart van Ajax

De Nederlandse voetbalclub Ajax staat bekend om zijn jeugdopleiding. Een broedplaats van talent, een eldoradisch labyrint waar jongens van jongs af aan leren wat het betekent om alles te geven voor dat ene doel: een contract bij het eerste. De club die wereldwijd faam verwierf met hun ‘Totaalvoetbal’, een filosofie waarin beweging, tactiek en techniek naadloos in elkaar overvloeien. Maar sinds kort lijkt er een nieuw element in het spel: het hart.

Noussair Mazraoui, oud-Ajacied en momenteel verdediger bij Manchester United, ondergaat een operatie wegens lichte hartklachten. Lichte hartklachten, zo zegt men. Alsof het iets is dat je met een paracetamol kunt oplossen. Of wat frisse lucht. Maar Mazraoui is niet de eerste. Christian Eriksen, ook ooit een wonderkind uit de jeugdopleiding, stortte in elkaar op het veld tijdens een EK-wedstrijd. Daley Blind, een andere vaste waarde bij Ajax, kreeg te maken met een ontstoken hartspier en speelt sindsdien met een ICD. Abdelhak Nouri, het tragische gezicht van de club, viel op het veld neer door een hartstilstand en werd nooit meer de oude. En dan hebben we Evander Sno, die tweemaal werd getroffen door hartproblemen en wiens carrière nooit meer hetzelfde zou zijn. Als we dan toch bezig zijn: Donny van de Beek, wiens carrière schijnbaar werd stilgelegd, al was het niet door zijn hart.

De vraag die zich opdringt is: wat is er aan de hand bij Ajax? Wat zit er in het water van de jeugdopleiding dat de spelers de wereld instuurt met een talentvolle rechtervoet, maar een verzwakt hart? En misschien is dat wel precies wat het is: doping in het water. Een elixer van adrenaline, steroïden en Red Bull dat ervoor zorgt dat ze als robots door de verdedigingen heen snijden, maar met een tijdbom in hun borstkas.

Het zou te makkelijk zijn om te zeggen dat het toeval is. Dat het nu eenmaal gebeurt, hartklachten in de sport. Dat topsport onmenselijk is, en dat mensenlichamen soms falen, zelfs de lichamen van atleten die we op een voetstuk plaatsen. Maar als het telkens weer bij Ajax-spelers gebeurt, beginnen we ons toch af te vragen of hier meer speelt. En dan niet in de figuurlijke zin van het woord.

Een club die als een sekte de jeugd binnensleept en ze vervolgens uitspuwt als ware het een fabriek, moet wel iets gebruiken om die productie op peil te houden. De glazen van Cruijff zouden beslagen zijn van verontwaardiging. Misschien zou hij zelfs zeggen dat dit niet meer het Ajax is dat hij kende. En dat klopt. Het is niet meer het Ajax van Totaalvoetbal. Het is het Ajax van het Totaal Hartfalen.

We kunnen natuurlijk in gesprek gaan met cardiologen, fysiotherapeuten, sportartsen en diëtisten. We kunnen studies lezen en de correlatie tussen voetbal en hartfalen onderzoeken. Maar misschien moeten we de medische onderzoeken laten voor wat ze zijn en gewoon de conclusie trekken die iedereen al vermoedt: in het water van Ajax zit doping. Wat anders? Wat maakt dat spelers na een paar jaar in Amsterdam met een gebrekkig hart Europa in worden gestuurd? Dat moet het water zijn. En laten we het dan maar cynisch bekijken: als Ajax er niet in slaagt de Champions League te winnen, hebben ze in ieder geval een ander record op hun naam staan. Het team met de meeste hartklachten.

Dus hier staan we, met een glazen fles mineraalwater en een diagnose van een dokter die ons verzekert dat het allemaal wel meevalt. Maar we weten beter. Het is geen toeval. En het is geen incident. Het is Ajax. Een club die niet alleen voetbalt, maar ook speelt met harten. En misschien, als we geluk hebben, speelt iemand daar op een dag een keer met open kaarten.

CategorieënNiet gecategoriseerd