Gisteren at ik. Ja, dat klinkt misschien wat banaal, alsof het hier gaat om een pannenkoek bij een benzinestation. Maar nee, dit was eten met een hoofdletter E, in Naarden, bij Bordeaux. Een naam als een fluistering in de nacht. Zo’n plek waar het servet dikker is dan je eigen ego, waar het bestek zwaarder weegt dan je morele dilemma’s.
Het was een soort all-inclusive, maar dan de decadente variant. Niet het plastic bandje om je pols waarmee je onbeperkt waterige cocktails mag tappen. Nee, dit was een buffet van elegantie. Eén prijs, alle luxe, en een glimp van het soort leven dat je normaal alleen in Vogue ziet. Oesters met een vleugje jaloezie, wijnen die met meer respect behandeld werden dan sommige van mijn vrienden, en een sfeer die fluisterde: hier gebeurt het.
Maar terwijl ik daar zat, nippend aan een glas bubbelend water die meer waard was dan mijn maandelijkse telefoonrekening, bekroop me een gedachte. Luxe, dat verleidelijke woord, dat gouden anker in een storm van middelmatigheid. Wat is het waard? Wat doet het met je? Het voelde alsof ik iets betrad dat groter was dan mezelf. Luxe als religie, met een menukaart als heilige tekst.

Toch was het er. Dat knagende gevoel, de vloek van het bewustzijn. Moet niet iedereen recht hebben op luxe? Of misschien is luxe net zo oneerlijk als het lot zelf. Waarom mag ik dit proeven, terwijl iemand anders zich afvraagt of ze deze week überhaupt warm eten kunnen betalen? En wat maakt dat glas wijn, die zachtgegaarde kreeft, ineens zo veel meer dan wat het is? Is dit wat geluk proeft?
Misschien is dat de valstrik. Luxe is niet bedoeld om te delen. Het is niet ontworpen om iedereen een glimlach te bezorgen. Het is ontworpen als een verlangen, een droom, een beloning voor de enkeling. Een geur van rozenblaadjes, maar alleen als je ervoor betaalt.
Ik neem nog een slok. Cola. Bordeaux. Het proeft als een oud geheim. Luxe heeft zijn prijs, denk ik, en gisteren mocht ik niet betalen. Maar terwijl ik mijn jas pakte en weer naar buiten stapte, vroeg ik me af: als luxe echt geluk is, waarom voelt het dan zo vluchtig?