We zijn terug in Nederland. Een ander soort vermoeidheid trekt door mijn lichaam, een ander soort kou kruipt onder mijn huid, en bovenal voel ik een ander soort armoede. Het land dat rijk is aan producten, aan auto's die met hun glimmende lak en badges pronken, aan potjes vegan mayonaise en hypotheken met variabele rentepercentages, blijkt volledig leeg van binnen. Inhoudsloos.
Iedereen hier wil iets zijn. Wetenschapper, ondernemer, influencer – het maakt niet uit, als het maar indruk maakt. De jacht op aanzien is eindeloos, de honger naar erkenning onverzadigbaar. Mensen verachten elkaar hier niet op afkomst of kleur, maar op het saldo van hun bankrekening. Wedijveren is een nationale sport. Wie heeft de grootste auto, de duurste keuken, de meest exotische vakantiebestemming? Niemand wint, maar iedereen speelt mee.
In Marokko was het anders. Natuurlijk, corruptie is er bijna een nationale hobby, en armoede is even alomtegenwoordig als de geur van munt. Maar de ziel ontbreekt er niet. Daar ben je wie je bent, ongeacht of je knaken hebt of niet. Je wordt misschien beoordeeld op je geld, maar niet veroordeeld. En uiteindelijk, hoe krom het systeem ook is, blijft er een fundament van gelijkwaardigheid. We eten allemaal van hetzelfde brood, we lachen om dezelfde grappen, we sterven allemaal onder dezelfde zon.

Hier in Nederland lijkt dat onmogelijk. Hier krijg je geen lach om je oren zonder dat er eerst is gekeken naar je schoenen of je postcode. Hier draait alles om materialisme, om schijnvertoon, om de illusie van succes. Nederland is rijk aan spullen, maar straatarm aan ziel.
Ik stap de straat op en de kou bijt in mijn gezicht. Het is geen fysieke kou, maar een kilte die uit de mensen zelf komt. In hun haast, in hun blikken, in de manier waarop ze elkaar niet aankijken. Misschien ligt het aan mij. Misschien ben ik te lang weggeweest. Of misschien is het juist omdat ik even ben weggeweest dat ik zie wat ik vroeger niet zag.
Marokko is armoede met een lach. Nederland is rijkdom met een traan. En tussen die twee werelden in, ergens halverwege de Middellandse Zee, voel ik me even thuis.