De ochtend is mijn favoriete moment van de dag. Hoe vroeger, hoe beter. Zeker vandaag. Zaterdag. De wereld is nog niet wakker genoeg om zich met zichzelf te bemoeien.
Er ligt sneeuw. Niet de theatrale soort die meteen wil laten zien dat hij er is, maar een rustige, bijna verlegen sneeuw. Als een deken over de straat. Over de auto’s. Allemaal hetzelfde nu. Wit. Vormloos. Het merk is opgeheven. Identiteit tijdelijk afgeschaft. Ze zijn koud en stil en precies goed.
De zon komt langzaam op. Alsof het moeite kost. Alsof hij even overweegt of het wel de moeite waard is vandaag. Maar hij doet het weer. Zoals altijd. Elke dag opnieuw. Plichtsgetrouw. Onvermoeibaar.
In huis ademen mensen die nog slapen. Diepe, gelijkmatige ademhaling. Het soort ademhaling dat alleen bestaat voordat de dag begint met eisen stellen. De katten zijn al wakker. Die hebben een ander contract met de tijd. Voor hen bestaat er geen ochtend of avond, alleen momenten waarop gespeeld moet worden en momenten waarop geslapen wordt. Ze nemen het leven zoals het komt. Misschien zijn zij de enige echte zenmeesters in huis.
De stilte maakt me gelukkig. Onredelijk gelukkig. Geen haast. Geen agenda. Geen geluid. Op een zaterdagochtend als deze kan dat soms tot tien uur duren. Zelden. Maar soms. Even hoeft er niets.
En dan is er het nieuws.
Venezuela is aangevallen. Later blijkt: niet zomaar aangevallen. Met trots aangekondigd. Alsof het een prestatie betreft. Alsof het ging om een sportwedstrijd. De president van de Verenigde Staten vertelt dat hij Venezuela heeft aangevallen en dat hij Maduro gevangen heeft genomen. Alsof hij een prijs heeft gewonnen. Alsof hij even wilde laten zien dat hij het nog kan.
Ik vraag me af hoe de mensen op Curaçao zich nu voelen. Of ze opgelucht zijn. Of nerveus. Het luchtruim zal wel weer veilig zijn. De Amerikaanse vliegtuigen mogen hun radars weer aanzetten. Orde hersteld. De wereld weer overzichtelijk.
Toch voelt het alsof iemand mijn ochtend heeft bevuild. Alsof de prachtige witte sneeuw is besmeurd. Met gele strepen. Oudemannenurine. Onhoudbaar geworden door een lichaam dat zijn grenzen niet meer kent, maar weigert dat te accepteren. En dus plast. Gewoon waar hij staat. Omdat hij vindt dat hij daar recht op heeft.
Ik laat het van me afglijden. Dat probeer ik. Vandaag is te mooi om te laten verpesten. Maar ergens blijft het hangen. De vraag hoeveel mensen er nu weer dood zijn. Hoeveel levens zijn beëindigd omdat ze toevallig zijn geboren op een plek die iemand anders graag wil bezitten. Of bombarderen. Of “bevrijden”.
Heb ik eigenlijk wel het recht om van de sneeuw te genieten, terwijl elders mensen sterven door machtsvertoon van mannen die zichzelf belangrijk vinden?

Ik moet denken aan Oekraïne. Aan Poetin, boos. Altijd boos. En aan Zelensky. Ooit acteur. Clown zelfs. Iemand die grappen maakte over zijn eigen land. Misschien zelfs met sympathie voor Rusland. Tot hij Europa ontdekte. Tot hij merkte dat spierballen indruk maken als ze worden toegejuicht.
Wat me opvalt is hoe wij hier praten. Over aantallen. Over Oekraïense slachtoffers. Terecht. Altijd terecht. Maar zelden over de Russische doden. Alsof zij minder dood zijn. Ook zij zijn daar geboren. Opgegroeid. Gebleven. Ook zij zijn ingezet door leiders die dachten dat ze gelijk hadden.
Hoeveel sneeuwdagen zijn daar verpest?
En dan is er Israël. En Palestina. Gaza. Daar is het anders. Daar is geen ideologie meer. Geen historische complexiteit die nog wordt uitgelegd. Daar is alleen macht. Status. Straf. Vredig samenleven in een geschonken land past niet in het boekje van Netanyahu. Dat levert niets op. Geen controle. Geen angst.
Cijfers dan maar. Tientallen duizenden doden. Overwegend burgers. Bijna een hele bevolking ontheemd. Steden tot stof herleid. Dat zijn cijfers. Maar cijfers hebben geen gezicht. Geen ademhaling. Geen slapende kinderen in een warm huis.
De ochtend begon zo mooi. De sneeuw. Een gezin met een slee trekt voorbij het keukenraam. Kinderen gillen van plezier. De kou kruipt langzaam mijn lichaam in. Ik word verdrietig. Het genieten stopt. Alsof iemand het licht heeft uitgezet.
Vanavond ga ik naar het circus. Het wintercircus. Uit Berlijn. Ik denk weer aan Zelensky. En ik vraag me af welke clown binnenkort bondskanselier van Duitsland mag worden.
De zon staat inmiddels hoog genoeg om alles te laten zien. Dat is het probleem van licht. Het onthult. Altijd.
