Zerrouki, luister even goed. Rotterdam is niet het soort stad waar je met gebaren wegkomt. Dit is de haven, dit is de Kuip, waar je met zeven miljoen op je naam binnenkomt en automatisch een lading verwachtingen op je schouders krijgt. Geen makkelijke taak, dat begrijp ik, maar als je voor zoveel geld binnenkomt, dan verwacht heel Rotterdam niet minder dan wonderen. En wat krijgen we? Een paar passes op het middenveld en een zeldzaam schot richting doel.
Die ‘ssst’ naar de tribune, dat was het toppunt. Voor het eerst scoor je voor Feyenoord, en wat doe je? In plaats van te juichen, een tik op de borst te geven of desnoods je teamgenoten om de nek te vliegen – nee, je doet alsof het publiek jou het zwijgen op moet leggen. Jij, de man die net een seizoen achter de rug heeft waarin de hoogtepunten zeldzaam waren als een zonnige dag in januari. Alsof je met dat ene doelpunt je prijskaartje hebt terugbetaald en iedereen zich nu de rest van het seizoen maar gedeisd moet houden.

Voor zeven miljoen, Zerrouki, had je net zo goed een heel ziekenhuis kunnen bouwen, of een paar honderd kinderen in Afrika van schoenen kunnen voorzien. We hadden meer voldoening gevoeld. We hadden zelfs de hele middenstip kunnen bekleden met gras dat ergens op een Alp is gegroeid. Maar nee, het geld ging naar jou, en wat kregen we tot nu toe? Een soort lauw middenvelder die met zijn handen spreekt in plaats van zijn voeten.
En begrijp me niet verkeerd, man, Rotterdam wil je heus wel zien slagen. Iedereen hier, van de havenarbeider tot de jongen op het plein die met een oud Feyenoord-shirt speelt, wil dat jij slaagt. We willen je zien schitteren, ons allemaal laten vergeten dat er zeven miljoen voor je is neergeteld. Maar dat handgebaar van je, dat sloeg nergens op. Dat hoort niet bij een club als Feyenoord, waar werken en zweten heilig zijn. Hier toon je respect, voor het shirt, voor de Kuip, voor de mensen die iedere week met hart en ziel op de tribune zitten.
Dus, Zerrouki, de volgende keer dat je scoort – en ik hoop dat die kans zich vaker gaat voordoen – hou dat handgebaar maar achterwege. Bewaar het voor de dag dat je een hattrick maakt tegen Ajax, voor de dag dat je echt het verschil maakt en de Kuip achter je staat als nooit tevoren. Tot die tijd: werk hard, laat je voeten spreken en bewijs dat je die zeven miljoen waard bent.