Marjolein Faber is een mafkees.
Volgens mij kunnen we dat inmiddels opschrijven zonder eerst een parlementaire enquête te organiseren. Faber heeft het bijzondere talent om een ruimte binnen te lopen en de gemiddelde temperatuur van het publieke debat onmiddellijk met zes graden te verhogen. Niet omdat ze zulke briljante dingen zegt, maar omdat er altijd wel iemand opstaat die besluit dat we haar serieus moeten nemen. En precies daar begint het probleem.
Want nu heeft de Amsterdamse wijkagent Mahasin aangifte tegen haar gedaan wegens smaad en laster. Ik snap de emotie. Faber noemde haar tijdens een debat in de Tweede Kamer bij naam, haalde sociale-media-uitingen van haar aan, vond haar gedrag "verre van neutraal" en stelde vervolgens de vraag waar haar loyaliteit eigenlijk lag. Dat is geen compliment.
Als iemand in de Tweede Kamer mijn naam zou noemen en vervolgens hardop zou filosoferen over de vraag of ik eigenlijk wel loyaal ben aan Nederland, zou ik vermoedelijk ook even iets anders denken dan: wat fijn dat het parlement vandaag zijn controlerende taak zo serieus neemt. Dus ja, ik begrijp dat Mahasin boos is. Ik begrijp alleen die aangifte niet.
Want ergens op een Amsterdams politiebureau moet nu een collega van haar achter een computer gaan zitten. Verklaring opnemen. Registreren. Beoordelen. Misschien aanvullende informatie verzamelen. Een hulpofficier kijkt ernaar. Uiteindelijk belandt het dossier ergens bij het Openbaar Ministerie.
Allemaal omdat Marjolein Faber iets onaardigs heeft gezegd. Alsof de politie in Amsterdam momenteel met het personeel geen raad weet. Alsof er iedere ochtend twintig rechercheurs bij de koffieautomaat staan te vragen of iemand alsjeblieft nog een klusje voor ze heeft.
We hebben het over een politieorganisatie die al jaren vertelt dat de werkdruk hoog is. Aangiftes blijven liggen. Zaken worden geprioriteerd. Capaciteit is schaars. Agenten draaien diensten waarin ze vermoedelijk meer ellende zien dan de gemiddelde Nederlander in een compleet seizoen Opsporing Verzocht.
En dan zet je dat apparaat aan het werk omdat je ego een blauwe plek heeft opgelopen. Daar verlies je mij. Niet omdat Faber gelijk heeft. Faber kan volkomen ongelijk hebben en Mahasin kan tóch ongelijk hebben door hiervan een strafzaak te willen maken. Twee mensen kunnen tegelijkertijd een slecht idee hebben. Dat is zelfs een van de fundamenten waarop de Nederlandse politiek inmiddels lijkt te draaien.
Het merkwaardige is bovendien dat de juridische kansen van deze aangifte bepaald niet indrukwekkend ogen. Smaad is namelijk niet hetzelfde als iemand publiekelijk beledigen.
Dat denken mensen wel. Op sociale media is tegenwoordig ongeveer alles smaad. Iemand noemt je een slechte ondernemer: smaad. Een ex schrijft dat je een waardeloze partner was: smaad. De buurman zegt op Facebook dat jouw schutting eruitziet alsof hij door een dronken bever is gebouwd: advocaat bellen, want smaad.
Maar het strafrecht werkt gelukkig niet zoals Facebook. Voor smaad verlangt artikel 261 van het Wetboek van Strafrecht onder meer de telastlegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel daaraan ruchtbaarheid te geven. Een bepaald feit.
Dat is belangrijk. "MasterRebel heeft gisteren tienduizend euro uit de kas gestolen" is een concrete beschuldiging. "MasterRebel is een onbetrouwbare mafkees" is vooral een mening. Niet aardig. Misschien zelfs bijzonder vervelend wanneer je MasterRebel heet. Maar juridisch een ander beest.
Faber heeft, voor zover uit de berichtgeving blijkt, niet gezegd dat Mahasin staatsgeheimen doorspeelt aan Marokko. Ze heeft niet gezegd dat zij voor een islamitische organisatie werkt. Ze heeft haar niet beschuldigd van corruptie, spionage of het schenden van haar ambtsgeheim. Ze keek naar openbare uitingen van een politieagent en trok daar een conclusie uit. Een lompe conclusie, wat mij betreft. Maar een conclusie.
"Verre van neutraal" is geen laboratoriumuitslag. Je kunt neutraliteit niet bij de apotheek laten meten en vervolgens thuiskomen met een briefje waarop staat: Mahasin: 37 procent neutraal. Referentiewaarde: 80-100 procent. Het is een waardeoordeel. En laster?
Dat wordt nog ingewikkelder. Daarvoor moet in essentie eerst sprake zijn van smaad en vervolgens moet degene die de beschuldiging verspreidt ook nog weten dat het ten laste gelegde feit onwaar is. Dus als het bij smaad al begint te kraken, staat laster juridisch gezien een paar stations verderop te wachten op een trein die waarschijnlijk niet komt.
Maar het mooiste moet nog komen. Faber deed haar uitspraken namelijk niet dronken aan de bar van Café Nol. Ze deed ze in de Tweede Kamer. En daar hangt boven de deur een juridisch bordje dat artikel 71 van de Grondwet heet. Kamerleden kunnen niet in rechte worden vervolgd of aangesproken voor hetgeen zij tijdens vergaderingen van de Staten-Generaal of commissies daarvan zeggen of schriftelijk overleggen.
Parlementaire immuniteit. Niet omdat onze Grondwet Marjolein Faber zo'n ontzettend leuk mens vindt. De Grondwet kent haar niet eens. Die bescherming bestaat omdat een parlement waardeloos wordt wanneer Kamerleden bij iedere scherpe uitlating eerst moeten berekenen hoeveel advocaten er morgen op de stoep staan.
Een parlement moet kunnen schuren. Het moet kunnen beschuldigen. Het moet soms zelfs dingen kunnen zeggen waarvan je thuis tegen je televisie roept: "Mens, hou toch op." De remedie daartegen heet politiek.

Een ander Kamerlid kan haar corrigeren. Een minister kan antwoorden. De voorzitter kan ingrijpen. Journalisten kunnen haar fileren. Kiezers kunnen uiteindelijk besluiten haar naar huis te sturen. Maar niet iedere politieke stomp moet eindigen bij de politie. En daar vind ik Mahasin uiteindelijk de fout ingaan. Niet als mens.
Als mens mag zij woedend zijn. Ze mag interviews geven. Ze mag zeggen dat Faber haar beschadigt. Ze mag haar werkgever vragen pal achter haar te gaan staan. Ze mag publiekelijk uitleggen waarom de insinuatie over haar loyaliteit haar raakt. Ga ervoor. Maar zij is óók politieagent. En juist daarom zou zij beter dan de gemiddelde burger moeten begrijpen dat het strafrecht geen afdeling reputatiemanagement is.
Het Wetboek van Strafrecht is geen klantenservice voor een gekrenkt ego. Dat is misschien hard. Maar een aangifte is niet symbolisch zodra iemand anders ermee aan het werk moet. Er zit capaciteit achter. Tijd. Geld. Mensen. En ik vind het moeilijk uit te leggen aan een Amsterdammer wiens aangifte wegens bedreiging, mishandeling, stalking, diefstal of oplichting ergens onder op een stapel ligt, dat politiecapaciteit óók wordt ingezet om uit te zoeken of een Kamerlid vervolgd kan worden voor woorden die zij nota bene tijdens een Kamerdebat heeft uitgesproken.
Daar zit voor mij de werkelijke ironie. Faber trekt de professionaliteit van Mahasin in twijfel. Mahasin reageert daarop door het professionele apparaat waarvan zij zelf onderdeel uitmaakt in te schakelen voor een zaak waarvan je je ernstig kunt afvragen of die juridisch überhaupt van de startblokken komt. Dan geef je Faber precies wat ze wil.
Aandacht. Een rel. Een slachtofferrol. En straks misschien een brief van het Openbaar Ministerie waarin staat dat vervolging niet mogelijk of niet opportuun is. Faber kan die brief vervolgens omhooghouden alsof ze zojuist persoonlijk artikel 71 van de Grondwet heeft geschreven. Daarom moet je een mafkees soms gewoon een mafkees laten zijn.
Niet iedere gek die tegen een lantaarnpaal schreeuwt, verdient een debat over de vraag of de lantaarnpaal aangifte moet doen. En zeker Faber niet. Want het vervelende aan mensen die politiek leven van provocatie is dat iedere verontwaardigde reactie zuurstof is.
Faber gooit een steen in de vijver en vervolgens organiseren wij een symposium over de gevoelens van de eenden. Mahasin had iets veel sterkers kunnen doen. Ze had kunnen zeggen: "Mevrouw Faber mag twijfelen aan mijn loyaliteit. Ik twijfel niet aan de mijne. Morgen om zeven uur trek ik mijn uniform weer aan en ga ik Amsterdam-Oost in. Zij gaat naar Den Haag. Veel succes ermee." Klaar. Geen rechercheur nodig. Geen officier van justitie.
Geen strafdossier. Geen slachtofferrol voor Faber. En vooral: geen seconde extra politiecapaciteit verspild aan parlementair theater. Want dat is uiteindelijk mijn probleem met deze aangifte. Niet dat Mahasin zich gekrenkt voelt. Dat begrijp ik.
Niet dat Faber zich gedraagt als een mafkees. Dat wisten we al. Mijn probleem is dat we de mafkees vervolgens gaan bedienen. Met formulieren. Met politiecapaciteit. Met juristen. Met aandacht. En misschien straks zelfs met een officiële beslissing waarop Faber triomfantelijk kan wijzen. Dan heeft de mafkees niet alleen de voorstelling bedacht. Dan hebben wij ook nog de zaal gehuurd, het licht aangezet en kaartjes verkocht.
En Mahasin? Die wilde haar eer verdedigen. Maar soms verdedig je je eer het beste door iemand niet belangrijk genoeg te maken om hem aan te geven.Zeker wanneer die persoon Marjolein Faber heet.