Ik heb altijd met verwondering naar vogels gekeken. Niet omdat ik verstand van ze had, maar juist omdat zij iets konden waarvan ik nog niet wist dat het onmogelijk voor mij was.
Toen ik vier jaar oud was, klom ik op de vensterbank boven de radiator. Het hout was warm van de verwarming en buiten lag de wereld geduldig te wachten. Ik spreidde mijn armen, sloeg ermee alsof het vleugels waren en sprong. Een halve meter is voor een volwassen man nauwelijks een hoogte, maar voor een kleuter is het voldoende om in God, de zwaartekracht en jezelf teleurgesteld te raken.
Ik steeg niet op.
Soms landde ik zacht. Soms kwam ik verkeerd op mijn voet terecht en bleef ik een ogenblik op de grond zitten, alsof ik daar vrijwillig naartoe was gegaan. Daarna klom ik weer op de vensterbank. Ik dacht dat vliegen een kwestie van volhouden was. Grote mensen zeiden tenslotte voortdurend dat je iets kon bereiken als je het maar vaak genoeg probeerde. Over gebroken enkels werd daarbij zelden gesproken.
Buiten zat ik naast mijn moeder op een houten bankje. Mijn kleine hand lag in haar warme, volwassen hand, een hand die wist waar we naartoe gingen en hoe laat we daar moesten zijn. Ik wist niets van tijd. Ik keek naar een mus die met zijn belachelijk kleine snavel in het vochtige gras naar wormpjes zocht. Hij pikte, keek op, sprong tweemaal opzij en pikte opnieuw. Het leek op werk, maar dan zonder leidinggevende.

Op de Dam liep ik steeds langzamer zodra ik de duiven zag. Mijn moeder moest mij meetrekken, terwijl ik probeerde te begrijpen hoe hun samenleving in elkaar zat. Er leek een hiërarchie te bestaan. Sommige duiven liepen alsof het plein van hun vader was, andere wachtten beleefd tot er een stuk brood overbleef. Er waren dikke duiven, nerveuze duiven en duiven die eruitzagen alsof ze slecht hadden geslapen. Waarschijnlijk verschilde hun wereld minder van de onze dan ik toen dacht.
Ik wilde ook een duif zijn. Niet voor altijd, maar lang genoeg om over de Dam te kunnen scharrelen zonder dat iemand vroeg wat ik later wilde worden. Als duif hoefde je geen beroep te kiezen. Je at wat er lag, ontweek toeristen en vloog weg zodra de omstandigheden je niet bevielen.
De volgende dag kon je in Zandvoort zijn. Daar zou ik vanaf een lantaarnpaal kijken hoe de zon de huid van mensen langzaam van kleur liet veranderen. Ik zou frietjes pikken uit een plastic bakje dat achteloos was achtergelaten door iemand die zich geen zorgen maakte over de eeuwen waarin het bakje zijn bestaan zou voortzetten. Misschien is dat wat beschaving betekent: dat de mens iets in twintig minuten leeg eet en de aarde er vervolgens tweehonderd jaar mee laat zitten.
Ook de merel hield mij bezig. Zodra ik er een zag, vroeg ik mij af waarom mensen hun dochter vernoemden naar een zwarte vogel met een gele snavel. Later ontdekte ik dat juist die prachtig glanzende zwarte merel het mannetje is. Het vrouwtje is bruin, gevlekt en aanzienlijk minder theatraal. Sindsdien kijk ik anders naar vrouwen die Merel heten. Niet slechter, maar wel met de voorzichtigheid die hoort bij iemand die weet dat namen soms door de verkeerde afdeling van de natuur zijn uitgedeeld.
De gaai vond ik misschien wel de mooiste. Ik was jaloers op zijn verenkleed, op het blauw in zijn vleugels en op de vanzelfsprekendheid waarmee hij ergens verscheen en even later weer verdween. Terwijl ik naar hem keek, vroeg ik mij af waar hij die dag was geweest. Wat hij had gezien. Welke wind hij had getrotseerd en of vogels ook weleens ergens aankwamen waar ze onmiddellijk spijt van kregen.
Voorzichtig schuifelde ik naar huismussen toe, in de hoop dat er één zou blijven zitten. In mijn verbeelding streek ik met mijn kleutervingers door zijn veren en vroeg ik waar hij hierna naartoe zou vliegen. Ook vroeg ik of hij nog eens wilde langskomen. Ik ging ervan uit dat hij mij kon verstaan. Dat hij niet antwoordde, schreef ik toe aan zijn karakter.
Toen ik ouder werd, ging ik naar de bibliotheek. Daar las ik over mensen die eveneens hadden geprobeerd te vliegen. Icarus bijvoorbeeld, die het bijna voor elkaar kreeg, maar niet goed naar zijn vader luisterde en bovendien materiaal gebruikte dat ongeschikt was voor warm weer. Ik vond zijn einde onnodig somber. Als ik ooit vleugels zou bouwen, zou ik het verstandiger aanpakken. Ik zou uit de buurt van de zon blijven, mijn vrienden volgen en landen voordat iemand zich zorgen hoefde te maken.
Wanneer ik verdrietig was, zou ik wegvliegen naar een plek waar het verdriet mij niet kon vinden. Daarna zou ik terugkeren naar mijn moeder en vertellen hoe mooi het daar was. Ik zou haar geruststellen. Vliegen was veilig, zou ik zeggen. Je hoefde alleen je armen uit te slaan en erop te vertrouwen dat de lucht bereid was je op te vangen.
Dat vertrouwen ben ik ergens onderweg verloren. Misschien gebeurt volwassen worden precies op het moment dat je begrijpt dat de lucht niets met je heeft afgesproken.
Vliegen is mij uiteindelijk wel gelukt, maar alleen als passagier. Ik zit dan bij het raam en kijk hoe de wereld onder mij kleiner wordt. Huizen veranderen in blokjes, wegen in dunne strepen en mensen verdwijnen volledig, wat op grote hoogte een geruststellende gedachte kan zijn. Een paar uur later land ik op een Egyptisch strand, in Sydney of aan de rand van een landschap dat men de Amazone noemt omdat zelfs een oerwoud een naam nodig heeft voordat wij het serieus nemen.
Overal zijn vogels. Ze verschillen van kleur, formaat en geluid, maar doen overal ongeveer hetzelfde: eten, vechten, verleiden, vluchten en doen alsof ze weten waar ze heen gaan. Misschien bewonder ik ze daarom nog steeds.
Ik wil alleen geen vogel meer zijn. Ik hoef niet langer op de Dam rond te hangen of in Zandvoort friet te stelen uit een plastic bakje. Ik heb een auto. Ook leuk. Daarmee kan ik eveneens vertrekken wanneer de omstandigheden mij niet bevallen, al moet ik eerst controleren of er geen file staat.
Naar vogels kijk ik nog altijd met verwondering. Zij hebben iets behouden wat ik op die warme vensterbank bezat en daarna langzaam ben kwijtgeraakt: de overtuiging dat weggaan eenvoudig kan zijn.
Alleen Merel vind ik nog steeds een gekke naam.