Khalid, de Faber van de kleinkunst

Op 10 september ging ik na een goed diner met vrouwlief richting het centrum van Amsterdam. De avond was zacht, de regen hield zich opvallend koest en ik had er werkelijk zin in. Ik bezoek graag cabaret en comedy, maar het was alweer even geleden dat ik mij vrijwillig in een donkere zaal had laten opsluiten om naar één mens met een microfoon te kijken. Alleen dat vooruitzicht voelde al feestelijk.

Wanneer we naar DeLaMar gaan (of naar Theater Bellevue, voor de doorgaans wat kleinere en soms ook wat mindere voorstellingen) drinken we vooraf koffie in Café Americain. Dat hoort erbij. Zoals champagne bij een huwelijk hoort en ruzie bij een Vereniging van Eigenaren. Daarna liepen we het theater binnen. Het blijft een prachtig gebouw. Alles ademt er verwachting. Alsof kunst ergens achter het gordijn haar lippen staat te stiften.

Die avond stond op het programma ICE presenteert Khalid Alterch. Het begon chaotisch. De voorstelling was al begonnen toen bleek dat mensen verkeerd zaten. Er werd geschoven, gewezen en gediscussieerd. Een vrouw werd boos. Khalid raakte zichtbaar afgeleid. Daar zag je onmiddellijk zijn onervarenheid als theatermaker. Een geroutineerde cabaretier had zo’n situatie uitgebeend tot er alleen nog een handtas en een trauma van over waren. Khalid liet haar grotendeels ontsnappen.

7D451D36 C3E9 453F B474 81230B162DB6

Later werd een dronken bezoeker uit de zaal verwijderd. Ook dat moment kreeg hij cadeau. Een zaal vol spanning, ongemak en nieuwsgierigheid, klaar om door de artiest te worden omgesmeed tot iets onvergetelijks. Maar ook deze kans gleed voorbij. Alsof iemand hem een strafschop gaf en hij de bal beleefd teruggaf aan de keeper.

Toch wil ik eerst mijn diepe respect uitspreken. DeLaMar zat met zo’n zevenhonderd bezoekers helemaal vol. Dat is ontzettend knap. Nog indrukwekkender was de samenstelling van het publiek. Rechts van mij zaten twee hoogopgeleide Turkse jongemannen. Links van mij een man met een gemengde achtergrond en zijn Nederlandse vriendin. Voor mij vier Pools-Nederlandse heren. Verderop zaten oudere Nederlanders, piepjonge Marokkaanse Nederlanders en alles wat daar demografisch, cultureel en vermoedelijk ook politiek tussenin zat.

Het was een prachtige afspiegeling van de samenleving. Geen beleidsmatige diversiteit, bedacht door een communicatieafdeling met een regenboog in het logo, maar echte diversiteit. Mensen die uit zichzelf hetzelfde kaartje hadden gekocht en op dezelfde avond naar dezelfde man kwamen kijken. Dat zie je zelden in het theater. Alleen dat al is een prestatie van formaat.

Maar toen kwam de voorstelling zelf. Als ik haar een cijfer moet geven, wordt het een vier voor de moeite. Niet omdat alles verschrikkelijk was, maar omdat theater kunst is. Kunst moet iets met je doen. Ze mag je ontregelen, ontroeren, beledigen of laten schateren. Desnoods verveel je je op een interessante manier. Maar kunst moet ergens binnenkomen. Khalid maakte van het theater vooral een lang, monotoon en weinig uitdagend praatstuk.

Ietwat zenuwachtig sjokte hij over het toneel. Soms speelde hij de nonchalante publiekslieveling, soms was hij overduidelijk ongemakkelijk. Hij vertelde een losjes opgebouwd verhaal over zijn leven: van een liefdevolle jeugd met een vader die ijs verkocht tot de bekende man die hij nu is. Daar tussendoor behandelde hij vragen die bezoekers vooraf hadden mogen insturen.

Op papier klinkt dat interactief. In de praktijk maakte het de voorstelling vooral rommelig. Veel vragen waren anoniem, andere inhoudsloos en slechts een enkele bood werkelijk een opening. Khalid wilde praten over de manosphere, over een vrouw die over hem had gedroomd en over de gevaren van een eigen mening. Maar steeds wanneer het interessant kon worden, bleef hij aan de oppervlakte dobberen.

Een comedian als Kor Hoebe had zo’n vraag vermoedelijk vastgepakt, binnenstebuiten gekeerd en pas teruggegeven wanneer de vragensteller spijt had van zijn eigen nieuwsgierigheid. Bij Khalid bleef het vaak bij een kort gesprekje dat nergens echt heen ging. Niet pijnlijk genoeg om spannend te worden, niet grappig genoeg om te blijven hangen en niet persoonlijk genoeg om te ontroeren.

Meermaals vertelde hij dat hij niet gecanceld wilde worden. Een mening hebben is tenslotte gevaarlijk. Voor je het weet, vindt iemand op internet iets van je en moet je voortaan je eigen boodschappen betalen. Khalid wil zijn bestaan als ICE niet verliezen. Hij wil het succes en vermoedelijk ook het geld behouden. Dat is menselijk en verstandig. Alleen is voorzichtigheid zelden een goede voedingsbodem voor kunst.

Kunst ontstaat meestal precies op de plek waar iemand iets durft te verliezen. Waardering, zekerheid, status of desnoods een paar volgers. Wie voortdurend controleert of iedereen hem nog aardig vindt, maakt geen scherpe voorstelling maar een aandeelhoudersvergadering met sfeerverlichting.

Ik had veel van deze avond verwacht. Misschien te veel. Die verwachtingen werden niet waargemaakt en dat is jammer, juist omdat Khalid zichtbaar iets bijzonders heeft opgebouwd. Hij krijgt honderden mensen uit totaal verschillende werelden bij elkaar. Hij heeft charisma, bereik en een verhaal. Maar een volle zaal maakt iemand nog geen theatermaker, zoals een volle kerk niet automatisch bewijst dat God aanwezig is.

Daarom blijf ik benadrukken dat zijn prestatie knap is. Werkelijk knap. Maar bewondering voor het bereik mag geen excuus worden om het niveau van de voorstelling niet serieus te beoordelen. Daarvoor is het theater te belangrijk. Daarvoor is cabaret te veel een vak en kunst te kostbaar.

Khalid begrijpt zijn publiek uitstekend. Hij weet alleen nog niet goed wat hij ermee moet doen zodra het stil wordt en alle ogen op hem gericht zijn. Als acteur kan hij het overigens wél: als Tonnano in Mocro Maffia speelt hij overtuigend, natuurlijk en met precies de juiste dreiging. Maar goed, misschien ben ik te streng. Als Marjolein Faber politica mag zijn, dan mag Khalid natuurlijk ook de theaterkunst beoefenen.

Khalid Alterch: de Faber van de kleinkunst.