Vrij rond

Zaterdag had ik twee van mijn heerlijke kinderen bij me. We hebben weinig gedaan. Film gekeken, een beetje rondgehangen. Een uitstekende dag, vind ik zelf. Ik probeer mijn kinderen bij te brengen dat je ook zonder entreekaartje een jeugd kunt hebben. Mijn vrouw was met onze oudste naar Rotterdam, waar ze met vriendinnen had afgesproken. Daar heb ik me nooit zorgen over gemaakt. Echt nooit. Zaterdag wel.

Dat kwam door de beelden uit Den Haag. Nu weet ik dat Rotterdam en Den Haag verschillende steden zijn. ’s-Gravenhage en Den Haag zijn dan weer dezelfde stad, omdat we in Nederland zelfs bij het benoemen van een gemeente graag ruimte laten voor een misverstand. Vanuit onze woonplaats richting Rotterdam kwam Den Haag voor mijn gevoel ineens dichtbij. Maar uiteindelijk had het weinig met de route te maken. Ik kon die onrust moeilijk oplossen door mijn vrouw via Gouda te sturen.

Ook het bestaan van de demonstratie verbaasde me niet. Ga vooral ergens staan met een mening. Neem een boterham mee. Maak er een dag van. Je hoeft mijn opvattingen niet te delen om te mogen demonstreren. Een vrij Nederland lijkt me bovendien een uitstekend streven. Ik zou zelf beginnen met de vrijheid om op zaterdag met je dochter naar vriendinnen te gaan.

Mijn vrouw is Marokkaanse. Ze loopt gewoon over straat. Komt op plekken. Doet boodschappen. Het soort bezigheden dat onmiddellijk minder vanzelfsprekend klinkt zodra je het achter iemands afkomst zet. Een Nederlandse vrouw gaat naar Rotterdam. Een Marokkaanse vrouw gaat naar Rotterdam en haar man zit thuis ineens na te denken over het maatschappelijk klimaat. We hebben de integratie inmiddels zo ver gebracht dat je tijdens een kinderfilm aan politieke risicoanalyse doet.

Op het Malieveld beëindigde de ME de demonstratie wegens aanhoudend geweld. Er waren racistische spandoeken en White Pride-vlaggen. Minister Van Weel sprak over Hitlergroeten, antisemitische leuzen en geweld tegen de politie. Mensen die Nederland willen redden en daarvoor eerst de Nederlandse politie aanvallen. Je moet blijkbaar ergens beginnen. NOS

In mijn jeugd dacht ik nog dat gevaar een herkenbaar uiterlijk had. Er waren dorpen waar je volgens de verhalen beter niet kon komen wanneer je er niet Nederlands genoeg uitzag. Ik herinner me vooral dat ik zulke waarschuwingen serieus nam. De precieze dorpsnaam weet ik inmiddels minder zeker. Dat lijkt me een goede reden om hier geen complete gemeente alsnog van een signalement te voorzien.

Bij de mannen voor wie ik moest oppassen, stelde ik me kale koppen voor. Bepaalde kleding. Harde muziek met een tempo waarbij ik persoonlijk liever even ging zitten. Hardcore, geloof ik. Ik heb er weinig verstand van. In mijn hoofd liepen gabbers en extreemrechtse skinheads gemakkelijk door elkaar. Ik meende soms zelfs een opleidingsniveau te kunnen herkennen. Alsof de kapper na afloop behalve een spiegel ook een diploma liet zien. Het was een overzichtelijk systeem. Alleen de betrouwbaarheid ontbrak.

Vrij rond wasco

Gabber betekent trouwens vriend, maat, kameraad. Het woord kwam via het Jiddisch in het Nederlands terecht en heeft Hebreeuwse wortels. Een prachtige geschiedenis voor een woord dat ik destijds veel te gemakkelijk met vijandigheid verbond. Wie onder die naam anderen vanwege hun afkomst uitsloot, had ook zijn eigen benaming niet helemaal begrepen. 

Ik zou graag kunnen zeggen dat ik inmiddels een beter systeem heb. Maar aan iemand die voor je staat bij het tankstation kun je weinig aflezen. Gewoon haar. Een redelijke jas. Misschien houdt hij zelfs de deur voor je open. Ook iemand met racistische opvattingen kan uitstekende manieren hebben zolang hij vindt dat jij ze verdient.

Dat is wat me bezighield. Die mensen verdwijnen na zo’n demonstratie weer tussen andere mensen. Ze gaan naar huis, naar hun werk, naar de supermarkt. Het Malieveld gaat leeg; hun overtuigingen reizen mee. En ik wil niet bij iedere onbekende nadenken over wat hij misschien vindt van mijn vrouw. Dat wantrouwen tast ook mijn eigen leven aan. Toch zat het er zaterdag ineens.

Wie bereid is een agent aan te vallen, maakt het mij moeilijk erop te vertrouwen dat hij een vrouw met een kind vanzelfsprekend met rust laat. Dat betekent niet dat iedere relschopper vervolgens een voorbijganger zal aanvallen. Zo’n voorspelling kan ik helemaal niet doen. Maar ik zat daar als vader en echtgenoot, met de vraag hoeveel geruststelling er eigenlijk uitgaat van het woord ‘waarschijnlijk’.

Zondag kwam Duitsland erbij. In Mecklenburg-Voor-Pommeren werd de radicaalrechtse AfD met 38,2 procent van de stemmen de grootste partij. Een deelstaatverkiezing, geen machtsovername van heel Duitsland. Ook dat onderscheid moet je blijven maken wanneer je schrikt. Angst rekent graag naar boven af.

Daar stonden de pakken weer. Gewassen overhemden, verzorgde kapsels, mensen die vermoedelijk uitstekend weten welk mes bij welke gang hoort. Beschaving is aan tafel gemakkelijker vast te stellen dan in een partijprogramma. Eerder deze maand beschuldigde bondskanselier Merz de AfD ervan onder de noemer remigratie mensen op afkomst en huidskleur te willen uitsluiten; hij gebruikte de woorden ‘etnische zuivering’. De AfD stelt zelf dat haar remigratiebeleid over vertrekplichtige buitenlanders gaat en wijst het uitzetten van Duitse staatsburgers met een migratieachtergrond af. Die tegenstelling verdient onderzoek. Een keurig pak beslecht haar in ieder geval niet. 

En dan is er de toenadering tot Rusland. Reuters berichtte vrijdag op basis van bronnen over voorbereidingen voor gesprekken tussen AfD-leiders en Poetins economische gezant over hervatting van Russische gasleveringen. Voorgenomen gesprekken, met voorwaarden en onzekerheden. De verdedigers van de nationale onafhankelijkheid hebben kennelijk toch belangstelling voor een aansluiting op Moskou. 

Wat Poetin persoonlijk van de huidskleur van Duitsers vindt, weet ik niet. Mijn zorg is dat een verdeeld Europa hem politieke ruimte kan geven, en dat hij weinig reden heeft om zich druk te maken over de mensen die van die verdeeldheid de rekening krijgen. Daarvoor hoeft hij niet ieder vooroordeel van een Europese nationalist te delen. Wederzijds voordeel is voor samenwerking vaak ruim voldoende. Dat weet iedere ondernemer. Helaas.

Ik merk hoe snel ik zo van onze bank naar het Kremlin ben gereisd. Twee kinderen naast me, een film aan, mijn vrouw met onze oudste in Rotterdam. En ergens onderweg ben ik gaan nadenken over geweld, verkiezingsuitslagen en de vraag wie er straks nog vanzelfsprekend bij hoort. Misschien was dat voor mij wel het droevigste van dit weekend: hoeveel wereldpolitiek er ineens tussen een vader en een onbezorgde zaterdag past.

Ik wil mijn vrouw niet adviseren minder op te vallen. Ik wil mijn dochter niet alvast leren welke delen van zichzelf ze voor de zekerheid kan verbergen. Ik zou graag willen dat de mensen die zo hartstochtelijk voor vrijheid demonstreren enige belangstelling ontwikkelden voor die van haar. Mijn vrouw ging zaterdag met onze oudste naar Rotterdam. Dat zou de hele mededeling moeten kunnen zijn.